De Duitse roots

 Familiegeschiedenis

niederlahnstein

De eerste Dehé waar we met enige zekerheid iets over kunnen zeggen is Johann. Zijn naam wordt ook gespeld als “de Haije”. Hij kwam uit Nieder Lahnstein, waar hij op 16 september 1761 werd gedoopt en waar hij ook overleed, op 23 april 1825.

Nieder-Lahnstein ligt in Nassau, een voormalig Duits graafschap, later hertogdom, in het stroomgebied van de Lahn en de Sieg. In 1866 werd het bij Pruisen ingelijfd; sinds 1868 vormde het met enige aangrenzende gebieden het Regierungsbezirk Wiesbaden van de provincie Hessen-Nassau.

Johann was getrouwd (19 november 1793) met Anna Maria Seul, geboren in Nieder Lahnstein en uit dat huwelijk werden zes kinderen geboren:

-Margaretha, geb. 1-12-1794
-Anna, geb. 12-05-1797
-Maria Magdalena, geb. 22-12-1799
-Johann, geb. 11-05-1802, overleden 2-5-1876 (te Nieder L.)
-Franz, geb. 18-10-1805, machinist, overleden Rotterdam 21-2-1887; getrouwd met Johanna Eekhout (17-2-1841)
-Wilhelm, geb. Nieder Lahnstein 2-11-1808, machinist, overleden 26-3-1877 in ’s-Gravenhage.

Franz en Wilhelm zakten de Rijn af en kwamen in Rotterdam terecht, de een (Franz, † 1849) als “stoomstoker”, de ander, Wilhelm, als machinist. Deze Wilhelm volgen wij verder.

Op 27 april 1842 trouwde hij met Elisabeth Koolen (geboren 24-2-1819), dochter van een Rotterdamse winkelier.

Ze kregen in Rotterdam negen kinderen, de vader was bij de geboorte meestal afwezig. Vijf kinderen overleden op jonge leeftijd. In een Rotterdams adresboek komen we W. de He, als machinist tegen (1856). Tijdens zijn verblijf aan de wal probeerde Wilhelm kennelijk wat anders te doen: bij de aangifte van zijn zoon Wilhelm in 1858 geeft hij als beroep op ‘kastelein’.

onderscheiding

De familie bezit nog steeds de Spaanse medaille die aan Wilhelm in april 1862 werd uitgereikt voor zijn betrokkenheid bij de aanval van opstandelingen op een Spaans fort aan de oever van de Rio Grande op de Filippijnen (17 november 1861).

 image001

De letterlijke vertaling van de tekst van de bijbehorende oorkonde luidt:

 

“Overwegende dat de machinist Williams Dehé bijzondere blijken van moed heeft getoond bij de aanval op en de vernietiging van het Cota de Pagalugan, gelegen aan de Rio Grande van Mindanao, Filippijnen, op 17 november 1861….

…heeft hij zich derhalve waardig getoond tot het gebruik van het erekruis, dat de officieren en anderen die zich onderscheiden bij militaire acties ter land of ter zee. Koningin Isabel II geeft bij deze bovengenoemde Williams Dehé een getuigenis van haar Koninklijke waardering; dit document is in haar opdracht verstrekt opdat hij de bovengenoemde onderscheiding vrijelijk kan gebruiken en voorkomt dat enige militaire of burgerlijke autoriteit beletsel opwerpt bij het gebruik ervan. Afgegeven te Madrid op 3 april 1862.”

Op 15 november 1867 vertrok Wilhelm met zijn vrouw en vier kinderen naar Den Haag. Daar overleed hij op 26 maart 1877.

Wie waren die vier kinderen?

De oudste dochter was Johanna Maria Jacoba, geboren in Rotterdam 24 juli 1843. Ze sloot in 1871 een huwelijk op stand: ze trouwde met jhr. Willem Arnold Alting Lamoraal van Geusau. Deze jonkheer (geboren Voorburg, 1845) was de zoon van de burgemeester van Voorburg.

Johanna overleed in Valkenburg, 7-9-1901; haar echtgenoot in Beverwijk, 30-3-1889. Het is nog niet bekend of er kinderen waren.

Catharina Dehé is geboren in Rotterdam, 5 juni 1845. Ook zij sloot een huwelijk op stand: op 8-12-1880 met Aemilius Wilhelmus van Roggen, geboren in Wijchen, 17-7-1839, majoor der infanterie, († 11-2-1911, Doesburg). Catharina overleed op 26-7-1889, te Maastricht.

De Van Roggens worden genoemd in Nederlands Patriciaat, jaargang 37. Ook hier is nog niet bekend of uit dit huwelijk kinderen voortkwamen.

Wilhelm Dehé, geboren in Rotterdam op 19 juli 1858 (waarschijnlijk werd hij geboren in een schoenwinkel in de Rotterdamse Leeuwenstraat 5-612) ; hij trouwde in juni 1883 met Klaassien Visser. Zij kwam uit Groningen, waar zij op 4 oktober 1860 geboren was. Ze kregen drie kinderen: Willem, Anna en Emiel. Voor het artistieke vervolg van dit verhaal moeten we naar Groningen.

Elisabeth Catharina Maria, geboren Rotterdam 22-9-1860. Verdere gegevens ontbreken nog.

 Het verhaal gaat verder in Groningen en Groet